Pensioen voor de DGA
Als directeur-grootaandeelhouder heeft u meer mogelijkheden voor uw pensioenopbouw dan andere werknemers. Kort samengevat kunt u ervoor kiezen uw pensioen (gedeeltelijk) onder te brengen bij een verzekeraar of het geheel of gedeeltelijk op te bouwen binnen uw eigen onderneming (in eigen beheer).
De DGA in de Pensioenwet
Per 1 januari 2007 treedt de Pensioenwet in werking. De Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet waarin het overgangsrecht nader is geconcretiseerd is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer. In dit artikel gaan wij in op de gevolgen van de invoering van de Pensioenwet voor de positie van de DGA en het toepasselijke overgangsrecht.
Algemeen
Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) is persoonlijk of middellijk houder van ten minste 10% van de aandelen in het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap van de werkgever.
In de Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) zijn specifieke bepalingen opgenomen voor de DGA. De wetgever heeft ervoor gekozen dat de Pensioenwet niet van toepassing is op de DGA. Dit betekent dat de Pensioenwet niet van toepassing is op personen die na de inwerkingtreding van de Pensioenwet als DGA gaan werken en op personen die voor de inwerkingtreding van de Pensioenwet als DGA werkten, maar geen pensioentoezegging hadden.
Pensioenmogelijkheden voor deze DGA's zijn eigen beheer voeren of zelf een verzekering sluiten bij een verzekeraar of een combinatie van deze twee.
Voor de DGA die verplicht moet deelnemen in een bedrijfstakpensioenfonds geldt de Pensioenwet wel. De DGA wordt voor wat betreft het verplicht gestelde gedeelte van zijn pensioen beschouwd als gewone werknemer.
Toepasselijk overgangsrecht
Voor de pensioenregeling van de DGA geldt overgangsrecht gedurende het jaar 2007. Als het overgangsrecht van toepassing is, zijn gedurende het jaar 2007 de regels van de PSW en vanaf 1 januari 2008 die van de Pensioenwet van toepassing.
Het overgangsrecht geldt voor pensioenpolissen of pensioentoezeggingen die bestaan op de peildatum. Peildatum is de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Pensioenwet, derhalve 31 december 2006. Als kan worden aangetoond dat op de peildatum een pensioentoezegging bestaat in de vorm van een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders waarin wordt besloten tot het doen van de pensioentoezegging in de zin van de PSW, is het overgangsrecht voor de DGA van toepassing. Voor nieuwe toezeggingen verdient het aanbeveling om het aandeelhoudersbesluit te laten registreren om later discussie over de datering te vermijden.
Vervolgens kan in 2007 uitvoering worden gegeven aan de pensioentoezegging. Uiterlijk op 31 december 2007 moet de pensioenpolis zijn opgemaakt om de werking van de Pensioenwet te bewerkstelligen.
Gedurende het jaar 2007 kan een DGA nog beslissen een bestaande pensioenpolis over te brengen naar eigen beheer. Uit het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de Pensioenwet vloeide voort dat de DGA voor 1 januari 2008 een keuze zou moeten maken met betrekking tot het ouderdomspensioen tussen eigen beheer óf verzekeren. Het voorstel is echter aangepast. Gedeeltelijk eigen beheer naast een verzekerde toezegging blijft mogelijk. Op het deel van het pensioen dat de DGA als pensioen in de zin van de PSW heeft ondergebracht bij een verzekeraar is in het jaar 2007 de PSW en vanaf 1 januari 2008 de Pensioenwet van toepassing.
Een DGA met een pensioentoezegging op de peildatum kan er ook voor kiezen dat het partnerpensioen wordt verzekerd, waarna de Pensioenwet daarop van toepassing zal zijn en dat het ouderdomspensioen naar eigen beheer wordt gebracht.
Ook voor premievrije pensioenen van DGA's geldt het overgangsrecht. Betreft het een pensioenaanspraak die is ondergebracht bij een Bedrijfstakpensioenfonds dan is het een PSW-pensioen en is na 1 januari 2008 de Pensioenwet van toepassing. Als het een aanspraak betreft die is ondergebracht bij een verzekeraar, mag de DGA voor 1 januari 2008 beslissen of het pensioen wel of niet onder de PSW en aansluitend onder de Pensioenwet valt.
Faillissementsrisico en beschermende werking
Voor pensioenpolissen die bestaan op 31 december 2006 of die gesloten worden op basis van het overgangsrecht voor 1 januari 2008 geldt de beschermende werking van de PSW en later de Pensioenwet. Als de BV waar de DGA werkzaam is failliet gaat, heeft de curator geen mogelijkheden om de polis in de afwikkeling van het faillissement te betrekken.
Dit geldt zowel voor een pensioenpolis waar de BV verzekeringnemer is, als voor een pensioenpolis waar de DGA zelf verzekeringnemer is.
Voor pensioenpolissen gesloten na 31 december 2007 waarbij de BV verzekeringnemer is, geldt dat zij in geval van faillissement na toestemming van de rechter commissaris kunnen worden afgekocht door de curator.
Ook in geval van aanvaarde begunstiging door de DGA is de polis niet gevrijwaard van afkoop ten behoeve van de boedel.
Een aanvaarding van de begunstiging heeft tot gevolg dat de verzekeringnemer de rechten van de polis alleen samen met de aanvaarde begunstigde kan uitoefenen. De eigendom van de polis blijft echter bij de verzekeringnemer alsook de afkoopwaarde.
De rechter commissaris die zijn toestemming moet verlenen aan de curator om tot afkoop over te gaan, zal wel rekening houden met de "omstandigheden van het geval". Aanvaarding van de begunstiging biedt echter geen garantie dat de polis altijd buiten het faillissement blijft.
Als de DGA zelf verzekeringnemer is en de BV premiebetaler, blijft de waarde van de polis in principe buiten het faillissement, tenzij de DGA in privé heeft meegetekend voor schulden van de BV.
Mogelijkheden voor DGA vallend onder het overgangsrecht
Een DGA die beschikt over een PSW polis of een op 31 december 2006 bestaande pensioentoezegging heeft verschillende mogelijkheden om met zijn pensioen om te gaan.
- Een DGA met PSW polis kan kiezen voor continueren van de verzekering en beschermende werking van de PSW en aansluitend van de Pensioenwet.
- De DGA met PSW polis heeft doordat de PSW bepalingen op hem van toepassing zijn, gedurende het jaar 2007 de mogelijkheid tot waardeoverdracht naar een andere verzekeraar.
- De DGA met PSW polis kan gedurende het jaar 2007 besluiten om het pensioen geheel of gedeeltelijk naar eigen beheer over te dragen.
- De DGA met pensioen in eigen beheer kan gedurende het jaar 2007 besluiten om het pensioen geheel of gedeeltelijk te verzekeren onder de werking van PSW en aansluitend Pensioenwet.
- De DGA kan gedurende het jaar 2007 besluiten het nabestaandenpensioen verzekerd te laten en ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk naar eigen beheer over te dragen.
Na de overdracht van eigen beheer naar verzekeren kan het verzekerde gedeelte na 1 januari 2008 niet meer naar eigen beheer terug worden overgedragen.
Mogelijkheden voor DGA niet vallend onder de Pensioenwet
Ook na de invoering van de Pensioenwet bestaan er nog diverse mogelijkheden voor DGA's.
- De DGA kan zelf zijn pensioen verzekeren, mits binnen het fiscale kader van de Wet op de loonbelasting 1964. De DGA wordt verzekeringnemer teneinde zoveel mogelijk het faillissementsrisico af te dekken. Uit de polisredactie of offertetekst zal moeten blijken dat er sprake is van een pensioenverzekering waarop de Pensioenwet niet van toepassing is en dat er geen sprake is van een lijfrente.
- De DGA kan zijn pensioen in eigen beheer opbouwen. In de situatie dat de DGA gewone werknemer wordt mag het pensioen dat in eigen beheer is opgebouwd niet worden overgedragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder van de voormalig- DGA.
- De BV kan een niet Pensioenwet pensioenpolis sluiten voor de DGA. Hierbij speelt het faillissementsrisico.
- De DGA kan de BV een Dekkingspolis laten sluiten. Bij een dekkingspolis is de BV de verzekeringnemer en begunstigde. De dekkingspolis valt niet onder de beschermende werking van de PSW/Pensioenwet, derhalve bestaat faillissementsrisico.
- De DGA kan zijn pensioen onderbrengen in een aparte Pensioen BV. Als een pensioen wordt ondergebracht in een aparte BV, blijft deze vennootschap in principe buiten een eventueel faillissement van de werk BV. In de praktijk zal bij financieringen de kapitaalkrachtige pensioen BV garant staan voor of zelf geld uitlenen aan de werk BV. Onder de Pensioenwet verandert er niets aan de situatie van de Pensioen BV.
Voor de situaties waarin de Pensioenwet niet van toepassing is is switchen tussen eigen beheer en verzekeren wel mogelijk.
Echtscheiding
De invoering van de Pensioenwet heeft enige gevolgen voor de situatie van echtscheiding van de DGA.
Bij echtscheiding vóór 1 januari 2008 blijft voor het nabestaandenpensioen het bepaalde in artikel 8a en 8c PSW van toepassing. De ex-partner van de DGA houdt aanspraak op bijzonder partnerpensioen.
Bij echtscheiding ná 1 januari 2008 blijft de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) van toepassing.
In de WVPS wordt een bepaling opgenomen die het bijzonder nabestaandenpensioen krachtens artikel 8a PSW regelt. Voor vermindering van het partnerpensioen zal zoals nu uit de PSW volgt, de toestemming van de partner vereist zijn.
Conclusie
Als er voor 31 december 2006 door de BV aan de DGA een pensioentoezegging is gedaan, bestaat er tot 1 januari 2008 nog de mogelijkheid tot verzekeren onder de beschermende werking van de PSW en aansluitend Pensioenwet. Tot die datum kan ook nog gekozen worden voor gedeeltelijk eigen beheer. Naast de mogelijkheden die het overgangsrecht biedt blijven er ook na de invoering van de Pensioenwet voor de DGA voldoende mogelijkheden over om zijn pensioentoezegging veilig te stellen.
