Pensioenadvies door accountants
|
Burgerlijk Wetboek (BW)
|
Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta)Uit de Verordening Gedragscode (AA’s en RA’s) is af te leiden dat onder de professionele dienstverlening waarvoor accountantsdeskundigheid wordt vereist werkzaamheden begrepen worden, waaronder onder andere kennis van verslaggeving, controle, belastingen, interne administratieve organisatie en andere delen van de bedrijfseconomie. Werkzaamheden waarvoor andere kennis, zoals kennis van pensioen, wordt vereist, vallen derhalve niet onder de professionele dienstverlening door accountants. De accountant is gehouden de gedragscode na te leven. Blijkens beide gedragscodes is het onderscheidende kenmerk van het accountantsberoep, dat hij in het algemeen belang handelt en daardoor ook in overeenstemming met de voor hem geldende gedragscodes. Van de accountant wordt dus geëist, dat hij in zijn functie van accountant professioneel handelt. Als accountant dient hij zich dan ook te onthouden van werkzaamheden die niet als professionele dienstverlening zijn te beschouwen. Advisering op het terrein pensioen valt buiten het terrein van professionele dienstverlening door accountants zoals deze in de gedragscodes wordt omschreven. Dit betekent uiteraard niet dat op het gebied van pensioenadvies geen regelgeving van toepassing is. Er is, mits voldaan wordt aan kwaliteitsbeheersing, geen belemmering binnen de regelgeving van de Wta om op het terrein van pensioenen actief te adviseren.
|
Wet op het financieel toezicht (Wft)In Nederland is het verboden om zonder vergunning te adviseren over financiële producten. Voor pensioenadvisering geldt de nieuwe Wft-deelvergunning pensioenverzekeringen, die sinds 1 januari 2012 wordt verleend door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast heeft de AFM recent geconstateerd dat accountantskantoren en actuariële adviesbureaus die pensioenadvies leveren regelmatig adviseren over financiële producten zonder te beschikken over een vergunning op grond van de Wft. Overgangsregeling pensioenadvies voor accountantskantoren en actuariële adviesbureaus Om voor de nieuwe overgangsregeling in aanmerking te komen dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: Vervolgens geldt dat het kantoor, althans voldoende feitelijk leidinggevenden binnen de organisatie, na het verlenen van de vergunning binnen zes maanden moet beschikken over de vereiste diploma’s, teneinde voldoende vakbekwaamheid aan te tonen. Het introduceren van dit aanvullende overgangsregime is wat ons betreft een verassende ontwikkeling. Enerzijds wordt hier een groep adviseurs ‘gedoogd’ die feitelijk op 1 januari 2012 niet over de vereiste vergunning beschikte, anderzijds wordt van deze groep verlangd dat zij veel eerder over het Wft pensioendiploma dient te beschikken dan de groep reguliere pensioenadviseurs (die tot 1 januari 2014 de tijd heeft). Hoe streng de toezichthouder gaat toetsen op de vergunningen is nog niet te voorspellen. Het geven van pensioenadvies zonder vergunning is een economisch delict. Een vergunning is een essentieel onderdeel van het financieel toezicht. Tussenpersonen die financieel advies geven zonder vergunning, worden beboet en hun namen worden bekend gemaakt. Behalve een boete kun je ook je Wta-vergunning op het spel zetten. De AFM zal zich namelijk gaan afvragen of je als kantoor in staat bent om regelgeving na te leven. |
ConclusieDe accountant die zich bezighoudt met pensioenadvisering zonder vergunning doet er goed aan de werkwijze aan te houden zoals de AFM die voorschrijft. Daarmee zal hij zich gedragen zoals van een redelijk handelende en redelijk bekwame pensioenadviseur mag worden verwacht. Om niet onverhoeds aangemerkt te worden als adviseur die producten aanbeveelt, en daarmee vergunning plichtig wordt, is samenwerking met een deskundig pensioenadviseur met Wft-vergunning wenselijk. |
|

