naar de homepage
  • Home
  • Even voorstellen
  • Weetjes
  • De Pens!oenScan
  • Werkgever
  • DGA
  • Werknemer
  • Intermediair
  • Partners
  • Contact
  • Pensioen van de Zaak
  • Ontslag
  • Pensioenaanvulling
  • Echtscheiding
  • Overlijden
  • Financiele Planning
  • Levensloop
  • Nieuwe Werkgever

Weg bij je werkgever

deze informatie vindt u ook op opent in een nieuw venster www.pensioenkijker.nl

Ga je weg bij je werkgever, dan hou je altijd recht op het pensioen dat je daar in de pensioenregeling hebt opgebouwd. Blijf je in dezelfde sector werken, dan kan het zelfs zijn dat je binnen diezelfde pensioenregeling blijft als er sprake is van een bedrijfstakpensioenregeling. Er verandert dan niks.

Ga je uit de pensioenregeling van je oude werkgever, dan krijg je van de pensioenuitvoerder een overzicht van het ouderdomspensioen dat je hebt opgebouwd en waarop je recht houdt.

Ook houd je recht op het partnerpensioen wat je hebt opgebouwd. Let wel op! In veel pensioenregelingen is er een partnerpensioen op risicobasis. In dat geval is er niets opgebouwd en krijg je bij je vertrek ook niets mee.

Maar let wel op! Met ingang van 1 januari 2008 heb je bij je vertrek het recht een deel van je ouderdomspensioen om te zetten in een aanspraak op partnerpensioen. Als je dat doet, blijf je na je vertrek tot recht houden op partnerpensioen. Je ouderdomspensioen wordt hierdoor natuurlijk wel lager.

Met het pensioen dat je bij je vorige werkgever hebt opgebouwd kun je twee dingen doen. Je laat het ‘achter' en dan krijg je het later uitgekeerd als je met pensioen gaat. Of je neemt het mee naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet "waardeoverdracht".

Een nieuwe baan

Als je gaat solliciteren, moet je vragen of je nieuwe werkgever een pensioenregeling heeft. In Nederland bestaat immers geen pensioenplicht. Een werkgever hóéft dus geen pensioen te regelen, tenzij voor het bedrijf een verplichte bedrijfstakregeling geldt. Als er een pensioenregeling is, moet je weten wat voor soort regeling dat is. Verder is het belangrijk om na te gaan of er naast een ouderdoms- ook een partner- en een arbeidsongeschiktheidspensioen is. Hoeveel moet je zelf betalen aan je pensioen? Kom jij wel in aanmerking voor de pensioenregeling? Het kan best zijn dat er wel een pensioenregeling is, maar dat die niet voor jou geldt, maar voor werknemers die een andere functie hebben of ouder zijn.

Blijf je in dezelfde bedrijfstak werkzaam, dan verandert er voor je pensioen niets als er in die bedrijfstak een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds is. Je deelname aan de pensioenregeling loopt dan gewoon door. In andere gevallen kun je door de wisseling van baan een pensioenbreuk oplopen.

Pensioenbreuk

Pensioenbreuken ontstaan onder meer doordat er veel verschillende pensioenregelingen bestaan die niet of slecht op elkaar aansluiten. Wanneer je niet meer deelneemt aan de pensioenregeling van een vorige werkgever en je oude pensioenaanspraak blijft daar zonder verdere opbouw geparkeerd, dan ben je een zogeheten slaper. Slapers kunnen te maken hebben met pensioenverlies. Bijvoorbeeld doordat je geparkeerde pensioen niet meegroeit met de loon- en prijsontwikkeling in Nederland.

Vooral in een eindloonregeling, waarbij de uiteindelijke pensioenuitkering op zo'n 70% van het laatstverdiende loon moet uitkomen, kan een grote pensioenbreuk ontstaan. Bij een salarisverhoging wordt wel het pensioen in je nieuwe pensioenregeling opgetrokken naar het nieuwe salarisniveau, maar niet het pensioen dat je bij je vorige werkgever opbouwde. Deze pensioenbreuk in een eindloonregeling kun je repareren door gebruik te maken van waardeoverdracht.

Waardeoverdracht

Je kunt je ‘oude' pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht'. Hoe weet je wat in jouw situatie het beste is? Je vraagt de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever wat je voor je ‘oude' pensioen krijgt. Anders gezegd: je nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Helaas verschillen pensioenregelingen van elkaar. Dus als je tien jaar pensioen hebt opgebouwd, wil dat niet altijd zeggen dat je er ook tien opbouwjaren voor terug krijgt in de nieuwe regeling. Wanneer je bij de oude werkgever bijvoorbeeld alleen ouderdomspensioen opbouwde, en bij je nieuwe werkgever ouderdoms- plus nabestaandenpensioen, dan krijg je voor tien ‘oude' opbouwjaren minder dan tien ‘nieuwe' opbouwjaren terug. In de nieuwe regeling moet immers naast ouderdomspensioen ook nabestaandenpensioen worden gekocht.

De belangrijkste reden voor het verschil in opbouwjaren is vaak het feit dat je bij de nieuwe werkgever een hoger salaris gaat verdienen. Toch kan het verstandig zijn om de waarde van je oude pensioen aan de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever over te dragen, zeker als je denkt bij je nieuwe werkgever carrière te gaan maken. Als je deelneemt aan een eindloonregeling, worden de salarisstijgingen die je bij de nieuwe werkgever maakt na waardeoverdracht immers ook doorberekend over de fictieve dienstjaren uit je oude pensioen.

Heeft je nieuwe werkgever geen eindloonregeling dan kan waardeoverdracht verstandig zijn als je verwacht dat de nieuwe pensioenuitvoerder op een betere manier het pensioen waardevast houdt dan de oude.

Veel mensen denken dat waardeoverdracht altijd tot een beter pensioen leidt. Dat is niet zo. Soms is het verstandiger om pensioen bij je oude werkgever te laten staan. In het algemeen geldt wel dat de keuze voor wel of geen waardeoverdracht lastig is, en dat je je goed moet laten voorlichten.

Elke werknemer heeft sinds 1994 een wettelijk recht op waardeoverdracht. Dit houdt in dat als een werknemer uit dienst gaat bij zijn werkgever en bij een nieuwe werkgever deel gaat nemen in een pensioenregeling, hij zijn opgebouwde pensioenrechten mee kan nemen naar de nieuwe werkgever. Het is een wettelijk recht en daarom moeten werkgevers en pensioenuitvoerders hieraan meewerken. Teneinde dit wettelijk recht in goede banen te leiden, bestaan reken- en procedureregels. Deze regels zijn recentelijk gewijzigd.

Een belangrijke wijziging is dat de werknemer zes maanden de tijd krijgt om aan de nieuwe uitvoerder het verzoek tot waardeoverdracht te doen (dit was twee maanden). Binnen 1 maand vraagt de overnemende uitvoerder een opgave van de waarde aan, die de overdragende uitvoerder vervolgens binnen twee maanden verstrekt. De werknemer beslist binnen twee maanden om al dan niet van zijn recht op waardeoverdracht gebruik te maken. De overnemende uitvoerder stelt de overdragende uitvoerder terstond in kennis van de ontvangst van een verzoek tot waardeoverdracht. De overdragende uitvoerder dient vervolgens binnen 10 werkdagen de afkoopsom over te maken (dit was 3 maanden!!).

Met name deze laatste wijziging is opvallend. De wijziging heeft te maken met de populariteit van beschikbare premieregelingen. Deze pensioenregelingen worden meestal op beleggingsbasis veiliggesteld. Tot op heden werd de zogenaamde overdrachtswaarde bepaald op de overdrachtsdatum. Dit was de datum dat de werknemer werd opgenomen in de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Vervolgens werd in de periode tussen de overdrachtsdatum en het feitelijk overmaken van het geld, beleggingsrisico gelopen. Dit heeft meermaals tot vervelende situaties geleid en daarom is nu gekozen voor een andere structuur.

Voor deze beschikbare premieregelingen is voortaan niet meer de overdrachtswaarde van belang, maar de afkoopsom. Deze wordt bepaald op het moment van het daadwerkelijk contant maken van de aandelen. Na ontvangst van het verzoek tot waardeoverdracht dient vervolgens zo snel mogelijk tot vaststelling en betaling van de afkoopsom te worden overgegaan.

Werkloos

Als je werkloos wordt, loop je meestal een pensioenschade op. Je deelname aan de pensioenregeling stopt dan namelijk meestal: er wordt geen pensioenpremie meer betaald en er vindt dus geen pensioenopbouw meer plaats. Tenzij je op je eerste WW-dag 40 jaar of ouder bent, volledig werkloos bent en een loongerelateerde WW-uitkering ontvangt. De Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) betaalt dan je pensioenpremie. Wel geldt er voor die regeling een wachttijd van 180 dagen.

Als je werkloos geworden bent, meldt de uitvoeringsinstelling die de WW-uitkering uitbetaalt, je aan bij het FVP. Je ontvangt vervolgens een formulier van het FVP dat je binnen acht weken moet terugsturen. Doe je dit niet, dan kom je niet in aanmerking voor de voortzetting van je pensioenopbouw.

Ben je jonger dan 40 jaar en overlijd je in de periode dat je een loongerelateerde WW-uitkering ontvangt, dan kunnen je nabestaanden in aanmerking komen voor nabestaandenpensioen op grond van de zogenoemde FVP-regeling. Je nabestaanden kunnen dat aanvragen bij de organisatie die je WW uitbetaalde.

Vanaf 1 januari 2008 is bovendien geregeld dat je, ook als in je oude pensioenregeling het partnerpensioen op risicobasis was verzekerd, je gedurende de WW-periode toch aansrpaak houdt op een deel van het partnerpensioen.

Inlichtingen over de FVP-regeling kun je krijgen bij de Sociale Verzekeringsbank, Kantoor FVP, Postbus 22667, 1100 DD Amsterdam Zuidoost, telefoon 020 - 6569151. Of kijk op opent in een nieuw venster http://www.fvp.nl.

Print